Achtergrondinformatie

Omvang seksueel misbruik bij mensen met een verstandelijke beperking

Tekst is in bewerking
De cijfers uit het onderzoeksrapport Beperkt weerbaar, november 2011, zijn nog niet verwerkt in onderstaande tekst.

Onderzoek
In Nederland is slechts ťťn landelijk onderzoek gedaan naar het vůůrkomen van seksueel misbruik onder mensen met een beperking. Het ging hierbij alleen om de groep mensen met een verstandelijke beperking (Van Berlo, 1995). Hierin komt binnenkort verandering. De Rutgers Nisso Groep en MOVISIE voeren in opdracht van het ministerie van VWS een onderzoek uit naar aard en omvang van seksueel misbruik bij mensen met een (lichamelijke, verstandelijke, of zintuigelijke beperking). De resultaten worden in 2010 verwacht.

Terug naar het onderzoek van 1995.
De onderzoekers vroegen aan een representatieve doelgroep van 500 professionals hoe vaak in een periode van twee jaar seksueel misbruik in deze groep aan het licht is gekomen. Aangegeven werd dat:

Dit betekent, dat bij ongeveer 1100 verstandelijk beperkten seksueel misbruik aan het licht is gekomen en dat bij 1200 daarover een vermoeden bestaat.

Vormen van misbruik
Het gaat hierbij om alle vormen van seksueel misbruik. In een derde van de gevallen was sprake van vormen van penetratie. In ruim een kwart van de gevallen was sprake van seksuele betastingen. Het merendeel van de slachtoffers was vrouw, de plegers waren voornamelijk mannen. De grootste groepen plegers waren andere verstandelijk gehandicapten (36%) en mensen uit de thuissituatie van het slachtoffer (33%). Andere plegers waren: beroepskrachten (16%) en mensen uit het dorp (cafťbezoekers) of de regio (12%). De slachtoffers waren van alle leeftijden, de grootste groep was tussen 17 en 30 jaar.

Beperking en leefsituatie slachtoffers
In al deze gevallen betreft het licht tot matig verstandelijk gehandicapten. Mensen met een ernstige tot zeer ernstige verstandelijke handicap blijven buiten beeld. De onderzoekers vermoeden dat misbruik bij deze personen veel moeilijker aan het licht komt, terwijl zij wel een uitermate kwetsbare groep vormen. Ook zijn de thuis- of begeleid wonende verstandelijk beperkten ondervertegenwoordigd in het onderzoek. Aangenomen moet worden, dat de werkelijke aantallen over de hele groep mensen met een handicap, hoger liggen.

Ander onderzoek

Groot Emaus
Een kleinschalig onderzoek door Spanjaard (2000) in een residentiŽle instelling, laat zien dat van de 20 jongens en 22 meisjes (14-19 jaar) met een lichte verstandelijke beperking respectievelijk 26% en 65% aangaf ervaringen te hebben met seksueel misbruik. Kanttekening hierbij is, dat het om een specifieke groep jongeren met gedragsproblematiek in een residentiŽle instelling gaat.

De Borg
Het onderzoek doelgroep in beeld (2006) bij het Landelijk expertisecentrum de Borg [landelijk samenwerkingsverband van de vijf erkende SGLVG instellingen] wijst uit dat er bij bijna 40% van de cliŽnten ooit in het leven sprake geweest van verwaarlozing/mishandeling en bij bijna 28% ooit van seksueel geweld.

Seksueel geweld / misbruik in de verschillende periode

†t/m 6 jaar††7 t/m 12 jaar††13 t/m 18 jaar††19 tot heden††Ooit†
†5.4%††10.7%†17.3%††5.4%††27.9%†

**†

Verwaarlozing / mishandeling in de verschillende perioden

t/m 6 jaar 7 t/m 12 jaar 13 t/m 18 jaar 19 tot heden Ooit
29.2% 28.6% 19.6% 9.2% 39.2%†

Seksueel geweld/misbruik komt bij vrouwen in de voorgeschiedenis vaker voor dan bij mannen (45% versus 23%). Hetzelfde gaat op voor mishandeling / verwaarlozing in de voorgeschiedenis, hiervan is sprake bij 53% van de vrouwen en bij 24% van de mannen.

Bij deze twee onderzoeken moeten enkele kantekeningen worden gemaakt. Bij beide onderzoeken gaat het om een specifieke groep cliŽnten met gedragsproblematiek in een residentiŽle instelling.
De cijfers van de Borne zijn ontleend aan het dossier en/of informatie van de cliŽnt en voor zover bekend bij de informant. Mogelijk liggen de werkelijke percentages hoger. Daarnaast is de ernst van de verwaarlozing/mishandeling en seksueel misbruik/geweld niet gekwantifi- ceerd. Het kan dus gaan om zowel eenmalige gebeurtenissen als chronisch misbruik en/of verwaarlozing.

Buitenland
Volgens Amerikaans onderzoekers lopen kinderen met een beperking gemiddeld ruim anderhalf tot vijf keer meer kans om enige vorm van misbruik mee te maken dan kinderen zonder handicap (Hingsburger 2000; Douma 1998; Crosse 1993).

Literatuur

beheer met WebEtui CMS